biografie
Cochon Bleu is als een (goede) verslaving: extreem leuk, lekker en
onmisbaar. De ongelooflijke energie die de vijf mannen uitstralen slaat
steevast over op het publiek. Gecombineerd met een aanstekelijk
repertoire en de combinatie van strak spel en een losse sfeer op het
podium, maakt dit elk optreden tot een belevenis. Het allermooist wordt
het wanneer alles vanzelf lijkt te gaan, en de sound tot één geheel
versmelt. Het werken aan nieuwe nummers - naarmate de band langer
bestaat zijn dit steeds vaker composities van eigen hand - en het
opnemen daarvan voor cd's, zorgt ervoor dat de band zich nooit verveelt,
ook niet in de winterperiode wanneer er minder boekingen zijn.
Hoogtepunten zijn er te veel om op te noemen. Honderden optredens liepen
uit op een enorm feest voor band en publiek. Bijvoorbeeld de
cd-presentatie in een Gronings café, waarbij de drummer achterwaarts van
het podium kukelde en pardoes door de klapdeuren ruggelings in de tuin
belandde. En even vlot als stoïcijns terugkeerde op zijn kruk. Of de
terugtocht na het eerste verblijf op Oerol (Terschelling) waarbij het
hele buitendek van de boot meeleefde en -zong; het afhaalcomité aan de
wal hoorde hen al, nog voordat de boot in zicht was.
Sowieso kan de band
goed uit de voeten zonder stekkers, ook het akoestische optreden bij
Herrie in Hoes evolueerde in een woonkamer van muisstil luisteren tot
een dansfeest. Toch worden de trommelvliezen van het publiek ook met
regelmaat getest, wanneer op festivals in Nederland, Duitsland, België
en Denemarken de versterkers op volle toeren draaien.
Twee breekpunten zijn beslissend geweest voor Cochon Bleu: het verblijf
in de Algarve (Portugal, 1999), waarbij 28 avonden achter elkaar moest
worden opgetreden voor vrijwel geen publiek, in een café waar het
personeel elkaar bij tijd en wijle bijkans aanvloog, en dat onder
leiding stond van een gevaarlijke en niet geheel stimulantiavrije gek.
Ondanks of dankzij de ontberingen begon de band in die periode zelf
nummers te schrijven, voor die tijd werden slechts covers gespeeld. Ook
het samenspel werd tijdens die maand allengs strakker, en is dat
gebleven. Minstens even belangrijk was het optreden op Schiermonnikoog
in 2001, waar op zolder van café De Gribus de oude pakken van de
plaatselijke fanfare lagen. Ze zaten ons als gegoten en sindsdien speelt
Cochon Bleu in blauwe jasjes en uniforme broeken. (Behalve met kerstmis,
daarvoor is een rode outfit aangeschaft.)
En ze maken wat mee onderweg! Waarbij drummer Droeze - evenals Ringo
vroeger bij The Beatles - voor de meeste hilariteit zorgt. Naast
duikelingen van het podium belandde hij op Schiermonnikoog ooit dusdanig
laat en onbekwaam in bed, dat hij niet doorhad dat de wekker om de boot
naar de wal weer te halen binnen enkele minuten zou aflopen. Toen die
wekker afging, probeerde Droeze in een poging de wereld te ontkennen een
sok bij wijze van muts over zijn hoofd te trekken. Of - al is dat minder
om te lachen - de keer dat hij met zijn hand tussen de tourbus en de
deur daarvan beklemd raakte. Deuren van bussen zijn überhaupt hachelijk:
ooit stond Cochon Bleu na afloop van een optreden in Stadskanaal met de
schuifdeur van de bus in de hand, uit de rails gelopen. Ook bijzonder
was de ontmoeting met de Dubliners tijdens de afterparty van een Deens
festival. Of bedreigd worden met een speelgoedpistool in Albufeira. Of
tijdens ijzel in Duitsland zó langzaam tegen een paaltje aan rijden dat
iedereen het een kwartier ziet aankomen. Of de apparatuur opbouwen, en
wanneer dat klaar is te horen krijgen dat Cochon Bleu op een heel ander
podium in dezelfde stad wordt verwacht.
Enkele dingen waren minder leuk. Tijdens een optreden in 1994 voor een
promotiefeest in Leegkerk werden tijdens het optreden reeds
voorbereidingen getroffen voor het 'stukje' in de pauze. Terwijl de band
speelde werd tussen muzikanten en publiek een diascherm opgericht. Tot
op de dag van vandaag heeft de band hierdoor wel eens bedenkingen met
betrekking tot het spelen op bruiloften en partijen. Tien jaar later
ging het helemaal mis in Assen. Cochon Bleu speelde op een buitenpodium
op de Brink. Tien meter verderop stond een happy-house-skihut-dj. Zodra
de band begon, ging het enkele tientallen meters verderop loos met
klanken waar Cochon Bleu noch hun fans verzot op zijn. Het hele plein
was ook nog eens dronken en het regende. De hel. Niet onvermeld mag een
optreden in Zeeland blijven, waar in een grote feesttent onder de rook
van de kerncentrale van Borssele Cochon Bleu geboekt bleek op een
metalfestival. En ook Steenwijk behoort niet tot de favoriete plaatsen.
In beide gevallen had de band het gevoel dat een optreden bij Madame
Tussaud tot meer enthousiasme had geleid. En wat altijd minder leuk is:
midden in de nacht de bus weer uitladen en apparatuur en instrumenten
weer terugzetten in de kasten waarin ze thuishoren. Vooral als het al te
laat is om daarna nog even naar het café te gaan.
Cochon Bleu is nog lang niet klaar. Sterker: over honderd jaar bestaan
ze nog. Stokoude mannetjes zijn het dan, die niettemin een potje ruige
cajun over het voetlicht brengen en voor wie plezier en eigengereidheid
belangrijker zijn dan commercieel succes. Ze beheersen tegen die tijd
ook cello, trombone, tuba, knoppenaccordeon en meerdere violen. Dat zal
de aandacht trekken van enkele groten der aarde. Op de cv prijken in het
jaar 2109 platen gemaakt met Tom Waits, Steve Earle, Bob Dylan, Ron
Sexsmith, Trio Bulgarka, en vaak opgefleurd met prachtige damesstemmen.
Op tournee zal er weinig zijn veranderd, al zullen ze tegen die tijd de
fastfood en 'Tankstelle Delikatessen' beu zijn en een voorraadje
zelfgemaakte lasagne bij zich hebben in de tourbus. En als er
uiteindelijk toch een eind komt aan Cochon Bleu, zal op de grafzerk
staan: 'Ze bedoelden het goed.'
Alle Cochonnen zingen. Daarnaast bespelen ze de volgende instrumenten:
Henk Gubbels (de Clu)
akoestische en elektrische gitaar, mandoline,
viool, banjo
Hette Gubbels (de Pigge)
akoestische en elektrische
gitaar, mandoline, banjo,,br>drums, theremin
Jeroen de Jong (de Zwarte
Kraai)
accordeon, akoestische gitaar, mandoline, hammondorgel
André
Gubbels (de Droeze)
drums, rubboard, triangel, akoestische en
elektrische gitaar
Discografie:
Changez Les Guitares (1995)
Go Feed The Chickens (1998)
Relooké (2000)
Eau (2004)
It's All Coming Good (2006)
Singles:
Deux
Semaines (2000)
Oil (2004)
Polonaise (2005)
Hangover Two-Step (2008)

